Hoegaarden

Hoegaarden

Hoegaarden werd op de markt gebracht door Brouwerij De Kluis, gevestigd te Hoegaarden. Deze brouwerij werd in 1966 opgericht door Pierre Celis; het hier gebrouwen witbier heette aanvankelijk Oud Hoegaards.

Het witbier van Hoegaarden is het bekendste. Mout, tarwe, hop, water, koriander en gedroogde sinaasappelschil zijn de ingrediënten. Het bier is ongefilterd en is van hoge gisting. Daarenboven wordt het nog eens gegist in de fles.

Het alcoholpercentage bedraagt 4,9%.

Het is een fris bier en een uitstekende dorstlesser. Het heeft ook een karakteristieke smaak. Er is ook een specifieke manier om uit te schenken, die men kan terugvinden achteraan op een fles met een zilveren etiket. Het glas moet eerst afgespoeld worden of even in het ijs liggen, dan moet je de helft van het flesje uitschenken, de gistsluier losmaken door het flesje 'zestien maal' te draaien en dan de rest uitschenken. Het overtollige schuim mag verwijderd worden. In een café krijgt men voor een Hoegaarden van 25cl een typisch blokkig hoegaardenglas. Bij een 50cl is dit hetzelfde glas in het groot.

Het begon in Hoegaarden rond 1445, toen monniken hun tijd verdeelden tussen gebed, godsvrucht en de vervaardiging van wijn en bier. Zij waren de eersten die het unieke recept voor witbier ontdekten. Met wat geduld en geïnspireerde experimenten hebben ze dat recept verder verfijnd tot de smaak van vandaag.

Omdat dit gebied van België in die tijd deel uitmaakte van De Nederlanden, konden de eerste brouwers aan allerlei exotische kruiden en specerijen komen, omdat die werden geïmporteerd uit de Nederlandse koloniën in Nederlands-Indië. De monniken mengden met sinaasappelschillen en koriander uit Curaçao en vervaardigden zo het wereldberoemde Hoegaarden recept.

Honderden jaren lang bloeide de brouwnijverheid in het dorpje. Tegen het jaar 1726 bezat Hoegaarden, een dorp van amper 2000 inwoners, 36 brouwerijen en meer dan 110 mouterijen. Het dorp was zo rijk, dat ze in 1754 de Sint-Gorgoniuskerk konden heropbouwen, die er nu nog altijd staat. Maar door het stijgende succes van het lichte lagerbier stapte het merendeel van de internationale markt af van het traditionele witbier en in 1957 sloot de laatste brouwerij van witbier zijn deuren.

In 1965 besloot een groep dorpelingen van Hoegaarden dat er iets moest gebeuren, of ze zouden hun geliefde bier voor altijd verliezen. De plaatselijke melkboer, Pierre Celis, nam de taak op zich om het bier te doen herleven, en met groot succes. Hij bleef trouw aan het oorspronkelijke recept, begon met één koperen ketel in de melkschuur en langzaam kwam zijn droom uit. Hij doopte zijn brouwerij ‘De Kluis’, een knipoog naar de monniken die de dorpelingen hadden geholpen om de grote brouwerijtraditie van Hoegaarden op te zetten.